Omdat de wandeling in Marum was, reden we weer eens langs het station. Dat kwam goed uit, we pasten precies in 3 auto’s. Rudolf vroeg bezorgd of mijn broek wel warm genoeg was, hij kneep erin en voelde dat het goed was. Dat deed Jan denken aan vroeger als je een nieuwe broek had, zeiden je vrienden: heb je een neie boksem en is ie al beknepen?
In Marum stonden er nog 4 en zo gingen we met 15 op pad. Ten Noorden van Marum ligt een vrij nat gebied dat volgens het bord een paradijs voor trekvogels is. Er was geen trekvogel te zien, maar het was wel nat. We slingerden er doorheen. Het zonnetje was waterig en de wind was fris, maar het was er mooi. De enige stoorzender was het geluid van de A7.
Na het paradijs kwamen we in de hel, te weten in het land van de omgekeerde vlaggen. Als ik dat geweten had, had ik een vlammenwerper of zo meegenomen. Weg ermee. Maar toen we langs de boerderij van de boer liepen, stonden er op de oprijlaan twee foute vlaggen en een bordje met ‘streng verboden toegang’. Doorlopen dan maar. Toen was er weer een paradijs, de Jilt Dijksheide, genoemd naar een Westerkwartierse voorouder van onze Jan, dachten we. Prachtig was het daar. Beetje nevelig, beetje nat, hier en daar een berk. We liepen er helemaal omheen. Rondje van 2,5 kilometer geloof ik. Een achterhoede van 7 slaagde erin het peloton kwijt te raken. Komt door mij, zei Yolanda, bij een splitsing dacht ik “we gaan linksaf”, “hoezo linksaf?”, vroeg ik. “Leek me het beste”. Bleek dus niet zo te zijn. Maar Jan wist precies waar we stonden en kwam ons halen.
De horeca liet nog even op zich wachten, dus een lunchpauze in het bos. Het is wel grappig dat het landschap eigenlijk heel leeg en kaal en weids is, en zo nu een smal stuk bos heeft, zelfs vlak langs de snelweg. We liepen over de snelweg heen door een akkergebied. Een roedel of kudde reeën sprintte door het veld, wel een stuk of 7. Ze verdwenen in het hoge gras, zo nu en dan zag je nog een wit kontje. Door een smalle strook bos en over een slingerend pad, kwamen we in de Wilp. In eetcafé de Wilp was het warm en een zeer voortvarende en vriendelijke dame voorzag ons van koffie of thee. Nee, gebak had ze niet, wel broodjes, frieten en frikandellen. Nee, dank u.
Nog een uur naar het eindpunt. En zoals altijd zijn de laatste loodjes het zwaarst, ook omdat Marum een grote plaats is en ruim opgezet, dus daar ben je niet zomaar doorheen. 4 wandelaars gingen door naar de auto, wegens drukke bezigheden in de avond, de rest ging voor de nazit. Een buitengewoon vriendelijke en relaxte eigenaar heette ons welkom, nam de bestellingen op zonder briefje en wist nog feilloos wie wat had besteld. Rudolf nam bitterballen, die hij alle 8 naar binnen werkte. Wij keken jaloers toe, maar ja hadden we ook maar moeten bestellen. Het gesprek ging over dood en doodgaan en euthanasie. Hierop zei Nienke: ‘ze vragen altijd waar we het over hebben. Nou over van alles en nog wat, heel vrolijk en gezellig’. Vandaag even niet. Nog 1 kilometer naar de auto en in het donker naar huis. Heerlijke dag en een heel ander landschap, maar wel stijf.
Mariette