De Boetenbaintjes

VeenwoudenZaterdag zou het kwik in Noordoost-Friesland tot 27 graden stijgen, wel erg warm, maar gelukkig niet zo heet als twee weken geleden toen de Boetenbaintjestocht in Westlaren werd afgelast vanwege de extreme hitte. Er stonden zaterdag rond half 10 dan ook 10 Boetenbaintjes op het Hoofdstation in Groningen bij spoor 3 te wachten om in de Arriva-trein van 9.39 uur naar Feanwâlden te stappen. Een klein half uur later ontmoetten we bij de ingang van het station Feanwâlden nog 5 Boetenbaintjes, die met de auto naar Feanwâlden waren gekomen, waaronder veurloper Manon. Om 10.15 uur gingen we met 15 Boetenbaintjes onder leiding van Manon van start vanuit Feanwâlden, ‘het kloppend hart van Nationaal Park de Noardlike Fryske Wâlden’, aldus de tekst op een banner in het centrum van Feanwâlden.

Manon leidde ons eerst vanaf het Spoorpark met ferme tred door de bebouwde kom van Feanwâlden, langs de Schierstins, de enige overgebleven vrijstaande middeleeuwse stins van Friesland. Het was een beetje heiig en bewolkt toen we zaterdagochtend aan de wandeling begonnen, maar dat vond ik niet zo erg, dan zou de temperatuur ook niet zo snel stijgen. Al gauw bereikten we aan de rand van Feanwâlden It Bûtefjild, een groot natuurgebied met een enorme variatie aan natte graslanden, bossen, open waterplassen en uitgestrekte rietvelden. Volgens de tekst op een informatiepaneel dat we onderweg passeerden is dit natuurgebied het domein van veel weidevogels zoals scholeksters, grutto’s, tureluurs en kieviten. Met een beetje geluk schijn je hier vanaf de vogelkijkhutten en uitkijkheuvels ook de ijsvogel te kunnen spotten, maar dat geluk hadden we zaterdag niet. Het is ook het domein van de otter, die hier vrij rondzwemt, maar die laatste heeft zich zaterdag evenmin aan ons laten zien. Wel zagen we een paar gierzwaluwen overvliegen, aldus Ellie, welke vogels een heel kenmerkend, ‘gierend’ geluid uitstootten. Als ik zaterdag in It Bûtefjild naast Margreet had gelopen had ik vast nog veel meer ‘ondertiteling’ kunnen krijgen bij de vele weidevogels die we daar zagen en hoorden.

De zon kwam er intussen ook door en gelijk steeg de temperatuur een paar graden. Even later hielden we een korte pauze aan het water voor een boterham en een kop thee of koffie bij de uitkijktoren Bûtefjild, naast het Koekoekspad, vanwaar je een prachtig uitzicht had over het omliggende natuurgebied. De bank rondom de uitkijktoren bood voldoende zitplaatsen voor alle 15 Boetenbaintjes.

Na 20 minuten verlieten we deze mooie plek om onze wandeling te vervolgen richting Feanwâldsterwâl, waar we aan de rand van dit schilderachtige dorpje onze ‘echte’ koffiestop hadden bij het aan het water gelegen hotel-eetcafé ’t Dûke Lûk. Even was er een dilemma: gaan we buiten op het met parasols overdekte terras zitten of binnen waar de airco loeide en het daardoor aangenaam koel was. Het werd binnen in het eetcafé, daar was het nét ietsje koeler dan buiten op het terras. We zaten in ’t Dûke Lûk aan een lange tafel met alle Boetenbaintjes en genoten van frisdrank, koffie of thee al dan niet met een flink stuk appeltaart (met slagroom). Buiten aten velen nog even een boterham, moest er zonnebrandcreme gesmeerd worden en werd een petje of zonnehoedje uit de tas gehaald voor het vervolg van de wandeling.

Met de rugzakken weer om liepen we na een lange pauze verder door het mooie dorp Feanwâldsterwâl, gekenmerkt door de vele bruggetjes en woningen die alleen via het water of een loopbrug te bereiken zijn wat vaak doet denken aan een Friese versie van Giethoorn. En verder ging de wandeling, we verlieten het dorp via een leuk achterpad onder een spoortunnel door en bevonden ons direct al in het agrarisch buitengebied, waar we konden genieten van weidse uitzichten over de Friese weilanden. Via een kilometerslang kronkelend fietspad kwamen we weer terug in Feanwâlden. Ik dacht even: gaan we nu direct terug naar ons startpunt, vanochtend bij het station? Nee, hoor, Manon had nog een extra lusje van zo’n 5 kilometer voor ons in petto: via de Kûkhernewei sloegen we de hoek om richting de rustige Oostersingel en de Westersingel, omzoomd met lange, statige bomenrijen en groene wallen. De combinatie van het water, de fluitende vogels en het uitzicht over de weilanden zorgden voor een rustgevende ervaring, helemaal ‘zen’ kwam ik weer terug in de bewoonde wereld, het Spoorpark bij station Feanwâlden…

We namen bij het station afscheid van een paar Boetenbaintjes die al direct met de trein of auto naar huis gingen en eindigden onze wandeling op het schaduwrijke terras van de Ferbining, een koffie-lunchroom in het voormalige stationsgebouw van Feanwâlden, waar we onder het genot van een lekker koel drankje nog konden nagenieten van de prachtige wandeling. Een heerlijke afsluiting van een mooie dag! We bedankten Manon voor de mooie wandeling en gingen vervolgens per trein weer richting Groningen of per auto naar elders.

Astrid H.