.

 De Boetenbaintjes 

bermZonnebril en zonnebrandcrème mee stond in het begeleidende/wervende stukje van Margreet en Marieke. Dat leek me een gewaagde uitspraak: wat nou als het zou plenzen? Maar dat gebeurde natuurlijk niet: het was heerlijk wandelweer en goedgemutst trokken 9 Bbtjes er op uit. Na een km of 9 waren dat er nog 8 omdat een nieuweling het welletjes vond en weer terug liep naar Ten Boer.

Ten Boer dus, vlak bij de stad maar niettemin voor wandelaars redelijk onbekend terrein. Na de kloosterkerk kwamen we op mooie lange rechte stukken langs geel golvend graan en bermen met volop bloeiende bloemen. Ik zag malva’s, klaprozen, wilde peen en nog veel meer fraais maar genoot vooral van de blauwe wilde cichorei die uitbundig stond te bloeien. Daarboven een fijne wolkenlucht, wat koeien in de wei, een enkele haas en het Hollandse plaatje was compleet.

Margreet en Marieke liepen een lekker tempo, soms achterom informerend of het zo goed ging en overlegden af en toe subtiel over de route. Kon er nog een stukje ingekort dan wel mooier worden? Bij de start werden we op de hoogte gebracht van de koffiestop: die zou op driekwart van de route zijn. Oké, goed om te weten. Dat gaf ons een alibi om meerdere keren op een bankje neer te strijken.

WoltersumLopend langs het Eemskanaal werden we, naast gespelevaar op het water, vergezeld door vrolijke witte kwikstaarten en zwaluwen terwijl Margreet S me wees op het geluid van de geelgors. Op een picknickbank in Woltersum (nooit van gehoord!) kwamen we plotseling te spreken over ouderen met dementie en het belang van vrijwilligers bij fietsuitjes met ouderen. Astrid hield hier een warm pleidooi voor en wierp na onze bedenkingen tegen dat ons bij incidenten maar één ding te doen stond: de stabiele zijligging. Daar gingen we vrolijk mee aan de haal en we zagen ons al met duofiets en al omkieperen vanwege die ligging. Even verderop kwamen we langs een heel klein bosmuisje, onmiskenbaar dood, maar wel in de stabiele zijligging zei Margreet ter geruststelling.

In het kleine plaatsje Lellens gingen we ook weer los: lellebel, oorlel, lel om de oren. Ik had visioenen van een uit de hand gelopen dronkenschap bij het verzinnen van plaatsnamen.

In Ten Post streken we neer bij café Bij de Molen, blij dat we de beentjes even konden laten bungelen, en werden we geholpen door een uiterst beleefde maar ietsepietsie snibbige juffrouw. Na veel getwijfel wilde niemand taart, wat blijkbaar niet werd gewaardeerd. Ook het apart afrekenen kon haar goedkeuring niet wegdragen. We trokken ons er weinig van aan en aanvaardden de laatste 7 of 8 kilometers min of meer goedgehumeurd.
Het was inmiddels een stuk warmer geworden, Frieda en ik begonnen onze benen te voelen en toen we Ten Boer uiteindelijk weer in het vizier kregen, heel in de verte, overviel mij een Fata morgana-gevoel.

Hotske ontpopte zich als een soort Florence Nightingale door de hele dag mijn vestje in haar rugzak te dragen en me een mandarijn te geven om mij de laatste kilometers door te supporten, waarvoor nogmaals dank!
In Ten Boer bedankten we Margreet D en Marieke voor deze mooie, gedenkwaardige dag en dronken op de 27 km die we hadden afgelegd. Dat hadden we toch maar weer gedaan!

Marja